Deze website

IM Kalmar David Scoliers

Road to 140.6 Ironman Kalmar.

 

In een vorig leven speelde ik badminton. Niet onaardig overigens: 12 jaar eerste klasse (3x vice-

kampioen) en individueel een 6 e plaats als hoogste notering op de Belgische ranking. Badminton,

echter, is kort en krachtig. Snel en explosief. En laat dat nu net twee van die fysieke dingetjes zijn die

als eerste ongewenst en onverbiddelijk uit je praxis-waaier worden gerukt om zich daarna ook nooit

meer opnieuw te vertonen. Irreversibel. I.p.v. toeschouwer te blijven van mijn eigen achteruitgang

tussen de (eens zo Heilige) blauwe lijnen hield ik de eer aan mezelf en speelde op m’n 35 e mijn

laatste wedstrijd. What’s next?! Want het competitieve beestje blijft natuurlijk wel om eten vragen..

Een hardnekkige polsblessure had me enkele jaren eerder wel aan het lopen gekregen – i.t.t. menig

trainer. Dat begon met een Urban Trail en via de 10 Miles rol/loop/kruip je dan – niet geheel

naadloos – je allereerste marathon. Idem dito wat betreft dat fietsen: met een gekregen (veel te

grote) Fondriest langs Schoten Vaart en vervolgens met een hedendaags model Dwars door de

Ardennen tot Gran Fondo’s in Vogezen, Pyreneeën, Dolomieten en Alpen. Ondertussen ook al van

een kwarttriatlon geproefd – heb ik altijd al de überatleten gevonden – maar dat verrekte

zwemonderdeel hé.. Veel enthousiasme, weinig pace. Het zou de rode draad worden doorheen mijn

nieuwe “sportcarrière” maar daar had ondergetekende naïeveling op dat moment nog geen benul

van. Ik was er toen nog van overtuigd dat ik een betere zwemmer kon worden en werd lid van Be-

Fast. Het zijn er natuurlijk ook slechts gewone mensen – hoewel de helft van de leden “Iron” mensen

blijken – zonder zwemtoverspreuk ofzo maar ondertussen sta ik wel aan de vooravond van mijn

allereerste Ironman te Kalmar, Zweuden.

 De zenuwen gíeren door mijn lijf. Mijn afgetrainde lijf. Niet zo volgens Instagram en andere

bedriegende media maar ik heb sinds mijn plechtige communie niet meer zo scherp gestaan als nu

en da’s niet alleen dankzij de toenemende toiletbezoekjes – een mocktail van stress en carb loader.

Neen, ik heb naar mijn normen en mogelijkheden goed getraind. Zwemmen met pijp, core stability,

avocado en broccoli, runs off the bike, borrels in en uit de Put van Ekeren,.. noem het en het stond

waarschijnlijk wel ergens op mijn weekmenu. Maar dat zwemmen hé… nog maar eens een plasje

doen - het is hier echt happy hour!

Maar ’t is niet alleen de spanning die hoogtij viert. Ook de twijfels stapelen zich moeiteloos op. Heb

ik wel genoeg getraind? Of juist te veel? Dat “getaper” maakt me trouwens ook compleet gek. De

ganse week al doe ik niks en naarmate die loomluie week vordert, krijg ik meer en meer het idee dat

ik mijn piek 14 dagen geleden al heb mogen meemaken. Een laatste stressloopje van bike check-in

naar hotel brengt helaas geen soelaas: een veel te hoge hartslag voor de inspanning die ik op dat

moment lever. Just what I needed… Ik zal toch geen Corona hebben zeker?! Er is evenwel geen vezel

in mijn lijf die er nog maar aan dénkt een zelftest uit te voeren. Zo meteen pastabuffet. Indien ik er

morgen het leven niet bij laat, schrijf ik the day after D-day verder.

 04h45. De wekker laat van zich horen. Overbodig want ik ben al van 03h00 bezig met T1 en T2. Het

hotel voorziet een extra vroeg ontbijt en daar wordt gretig gebruik van gemaakt: het is aanschuiven

bij de pannenkoeken. Hoe dichter je de Ironman Village nadert, hoe drukker het wordt. En dan

bedoel ik echt Meir-op-koopzondag-druk. In het kwadraat. Het hele centrum lijkt geënterd door

triatleten en hun supporters die voor één dag de appelblauwzeegroene IM-rugzak mogen dragen.

Nog effe kwijlen in de transitiezone – ik heb m’n toekomstig machien al zien staan – en dan mijn

green mile richting zwemstart in de haven van de “Parel van het Zweedse Oosten”. Zal ik op zoek

gaan naar snelle voeten en wurm ik me tussen de gasten van 1h30 of seed ik mezelf daar waar ik

eerder denk thuis te horen: bij de zeeslakken van 1h45? Na de gulden middenweg te hebben

genomen, spring ik in de Kalmarsund. Nog geen uurtje geleden kende ik het zwemparcours uit mijn

hoofd maar nu, in ’s werelds grootste wasmachine, is mijn interne kompas quasi onmiddellijk naar de

haaien. Gelukkig heb ik goed leren achtervolgen in de Put. Elke 500m bibbert mijn sporthorloge

eventjes en het blijken good vibrations want ik sluit het 1 e onderdeel redelijk comfortabel af in 1h29

en dat zal niet ver van mijn PR liggen.

Daar waar het zwemmen een struggle for life zou wezen, wist ik dat ik over het fietsen méér controle

zou hebben. Om niet afgeleid te worden door tijd en snelheid zet ik mijn horlogeweergave enkel op

hartslag. 130 bpm en niet hoger! Nog geen 10K later zit ik al aan 137: de brug is steiler dan in de

brochure en de wind doet ook niet wat weerman Mikkel de avond voordien nochtans (plechtig)

beloofd had. Eens op het eiland is de wind weliswaar nog steeds van de partij maar de boel is er

biljartvlak. Wel een fraaie boel; erg mooi decor. Na 120K opnieuw die brug over – nu wind in de rug –

en dan nog 60K slingerend doorheen het licht glooiende hinterland. Het slingerende en glooiende

maken het echter moeilijk om éénzelfde ritme/hartslag aan te houden. Mogelijks heb ik hier een

cartouche te veel verschoten maar daar had ik op dat moment nog geen problemen mee: 31.2 km/h

gemiddeld over 180K maakte van mij een happy 2/3 e triatleet.

Een trage T2 later – one Dixie calling – stond ik voor het laatste onderdeel. In principe m’n sterkste

nummer. Tot km 13 ging alles prima: HR 140 bpm en een pace dewelke me net een sub4 zou

opleveren. En toen, uit het niets of toch erg belabberd gecommuniceerd vanuit mijn mitochondriën,

na een bevoorrading, ging het plots een heel stuk moeizamer. Ik had moeite om zelfs nog een 6:00

aan te houden en voelde de bui dus al wel een beetje hangen. Met nog 1 lus te gaan, werd ik vanaf

de zijlijn nog opgepept: “Komaaaaan, nog 1 rondje doorbijten!” Eh, hallo, zelf al eens tegen de

verzuring aan gelopen?! 14K doorbijten, wie gaat die tandist betalen?! Tussen km 35 en 38 was het

op papier een beetje op en af maar mijn benen interpreteerden dat “beetje” compleet anders. Dát,

in smerige collaboratie met de wind die wat kwam opzetten, maakte van mijn 10 km/h een 6,7 km/h.

Zó schamelijk.

Het begon te kraken maar een Ironman strompelt toch niet?! Ik moest aan mijn

zoontje van 5 denken en hoe teleurgesteld hij zou zijn wanneer ik níet in goud-rood blinkend

robotpak thuis zou toekomen. Op km 38 slurp ik een ronduit wal-ge-lijk gelletje met cafeïne naar

binnen en doe alsof het meteen begint te werken. Ik drijf het tempo opnieuw op en hoop dat die

duizenden joelende Zweden in de straten van Kalmar mij zouden injecteren met iets

prestatiebevorderends

 

De combo cafeïne, adrenaline en gedachte van pizza aan de meet doet z’n werk. Met mijn laatste

krachten nog een high five met de finish line speaker en in ruil dat éne zinnetje dat beter werkt dan

welke pijnstiller dan ook: “Fantastic job, David, you are now an Ironman!” Glunder, glunder. Grimas.

Glunder, glunder.

 

12h09min. Niet belangrijk. Ik wilde gewoon finishen en het nog kunnen navertellen. Stiekem wilde ik

wel onder de 13h blijven. Da’s dus allemaal netjes gelukt. Goed toch? Niet echt. Ik ben een

competitieve autist en die 9 minuten hakken er werkelijk erg diep in. Ik heb dus nog een

openstaande rekening. Scandinavië had mijn hart al veel eerder veroverd. Een 140.6 nu eveneens. In

Finland is er ook eentje zeg je? Schrijf me maar op dan!

David